
Onze redactie kreeg van Wilbert van Wijk een foto toegestuurd van een oude gevelsteen van boerderij De Bongenaar in Nieuwegein. Op de steen staat onderaan duidelijk het jaartal 1803. Daarboven staan de tekens J : : R. De twee dubbele puntjes lijken vooral bedoeld als scheidingstekens, een oude en decoratieve manier om initialen van elkaar te onderscheiden. De meest logische lezing is daarom: J. R. 1803.
Soms begint een historisch verhaal niet in een archief, maar gewoon met een foto op de telefoon. Een donker plaatje. Twee initialen. Een jaartal. 1803.
Wie achter die initialen schuilgaat, is nog niet met zekerheid te zeggen. Een verband met eigenaar Amos Rinkhuizen, die in 1793 eigenaar werd van De Bongenaar, ligt door de letters minder voor de hand dan eerder gedacht. Wel valt het jaartal precies in de periode waarin Rinkhuizen eigenaar was en de familie Ruisch, ook geschreven als Ruijsch, met De Bongenaar verbonden was. Mogelijk verwijzen de initialen dus naar iemand uit die familie, naar een bewoner, pachter of andere betrokkene op het erf. Zeker is dat nog niet. Maar dat maakt de steen juist interessant: hij stelt opnieuw vragen aan een plek die bijna uit het zicht verdwenen is.
De herkomst van de steen is inmiddels wél duidelijker geworden. Van Wijk laat weten dat de steen ingemetseld zat in de gevel van boerderij De Bongenaar. Wie naar de pentekening van de boerderij kijkt en als het ware linksom gaat, komt bij de voorgevel terecht, de gevel die parallel liep aan de Schalkwijkse Wetering. Daar heeft de gevelsteen gezeten. Daarmee is het geen willekeurig oud steentje meer. Het is een tastbaar stuk van de boerderij zelf.
Over de Schalkwijkse Wetering
De Schalkwijkse Wetering was geen toevallig watertje langs de boerderij. Zij hoorde bij de oude waterstructuur die het gebied al in de middeleeuwen vormgaf. Via zulke weteringen werd het natte land ontwaterd, verkaveld en geschikt gemaakt voor landbouw. Later werd de wetering ook onderdeel van de waterverbinding richting Vaartse Rijn en Lek. Dat De Bongenaar juist daar lag, bij de Schalkwijkse Wetering en de Vaartse Rijn, zegt veel over de plek: dit was een kruispunt van land, water, landbouw, vervoer en geschiedenis.

Van Wijk stuurde bovenstaande foto mee van de ingelijste pentekening van de boerderij. Die tekening heeft zijn moeder laten maken voor haar vader en moeder. Linksonder staat: Boerderij “De Bongenaar”. Rechtsonder staat: Jutphaas, Nieuwegein. De tekening lijkt te zijn gemaakt in 1976. Daarmee komt de geschiedenis niet alleen uit oude akten, maar ook uit een familieherinnering. Een boerderij aan de muur. Een plek die kennelijk belangrijk genoeg was om vast te laten leggen.
De familiegeschiedenis maakt het verhaal nog concreter. De grootouders van Wilbert van Wijk waren Willem van Vliet, bijgenaamd de Krak, en Carolina den Hartog. Willem van Vliet woonde eerst aan de Wiersdijk in Vreeswijk. Later kochten hij en zijn vrouw De Bongenaar en gingen zij daar wonen. Bij de boerderij hoorde ook een boomgaard van ongeveer 15 hectare met appels en peren.
Dat is een beeld dat vandaag bijna onvoorstelbaar is. Wie nu aan Plettenburg denkt, ziet bedrijven, asfalt, loodsen, verkeer en bedrijventerrein. Maar hier stonden ooit fruitbomen. Appels en peren. Boerderij De Bongenaar stond er niet als decorstuk, maar als deel van een agrarisch landschap dat door de groei van Nieuwegein langzaam werd ingehaald.
Met de ontwikkeling van het industriegebied Plettenburg, De Wiers verkocht Van Wijks opa uiteindelijk de boerderij met boomgaard. Daarna verhuisden zijn grootouders naar de Herenstraat in Jutphaas. De boerderij werd uiteindelijk gesloopt.
En daar wordt het verhaal wrang. Op de plek van de boerderij is volgens Van Wijk nooit meer iets gebouwd. Zijn conclusie is even eenvoudig als pijnlijk: ‘dan had de boerderij net zo goed bewaard kunnen blijven’ aldus Van Wijk tegenover onze redactie.
Gevelsteen maakte kleine reis
De gevelsteen zelf maakte daarna nog een kleine omweg door de tijd. Van Wijk raakte op een gegeven moment in gesprek met een oud collega over De Bongenaar. Die collega vertelde dat hij de gevelsteen had. Hij had de steen uit de boerderij gehaald voordat deze werd gesloopt. Toen Van Wijk vertelde dat De Bongenaar van zijn familie was geweest, kreeg hij de steen van hem. Van Wijk gaf de steen vervolgens aan een oom. Na diens overlijden kwam de steen via zijn nichtje weer bij hem terug.
De steen gaat opnieuw op reis. Niet naar een familiehuis, maar naar het museum Warsenhoeck bij de kinderboerderij. Daar draagt Van Wijk hem over, zodat dit stukje Jutphaas bewaard blijft.
Drie eeuwen
Over De Bongenaar schreef Jan Schut eerder het artikel Grepen uit de geschiedenis van een buitenplaats. Daarin beschrijft hij hoe midden in het huidige Nieuwegeinse industriegebied Plettenburg, De Wiers bijna drie eeuwen lang de buitenplaats De Bongenaar stond. De naam werd ook wel geschreven als Bommenaer. Het huis speelde geen grote rol in de lokale machtspolitiek, anders dan bekende Jutphase buitenplaatsen als Oudegein, Rijnhuizen, Rijnenburg, Rijnestein en Vronestein. Misschien is dat juist de reden dat De Bongenaar minder bekend is gebleven.
De naam is ouder dan het huis. Al in 1439 duikt Bongenaer op in een akte. Het Kapittel van St. Marie in Utrecht gaf toen een perceel land van zes Rijnlandse morgen, ruim vijf hectare, in erfleen uit aan Dirk Monensz. Waarschijnlijk stond er toen nog geen boerderij of woning. De naam hoorde dus eerst bij het land, niet bij een gebouw.
Dat stuk land lag op een markante plek. Aan de westzijde lag de Vaartse Rijn. Aan de noordoostzijde de Schalkwijkse Wetering. Aan de zuidzijde de Molenwetering, genoemd naar een watermolen die daar ooit langs heeft gestaan. Onder het moderne landschap van bedrijven en wegen ligt dus een veel oudere laag van water, weiland, pachters, boerderijen en buitenplaatsen.
In 1549 komt voor het eerst bebouwing in beeld. Cornelis Jansz. uit Utrecht huurde toen zes morgen land, genoemd den Bongenaer, met timmerwerk, bomen en beplanting daarop. Later blijkt dat op het perceel een boerderij stond langs de Schalkwijkse Wetering. Die boerderij is belangrijk, omdat juist die lijn doorloopt naar de latere hofstede die de naam De Bongenaar heeft blijven dragen.
In 1589 krijgt de plek zelfs even een militair randje. De Staten van Utrecht wilden bij de Schalkwijkse Wetering een verdedigingswerk laten aanleggen. Daarmee moest worden voorkomen dat vijanden of rovers met kleine schuiten via de wetering en de Vaartse Rijn richting Utrecht konden varen. Of met Bongenaer toen het land, de boerderij of al de buitenplaats werd bedoeld, blijft onzeker.
Op een kaart of tekening uit 1626 verschijnt naast de boerderij nog een gebouw, op de westelijke punt van de polderdriehoek. Dat gebouw wordt gezien als de buitenplaats De Bongenaar. Waarschijnlijk is het huis aan het eind van de zestiende of het begin van de zeventiende eeuw gebouwd door een vermogende Utrechter. Een buitenverblijf, bedoeld om buiten de drukte van de stad te verblijven.
In 1634 werd De Bongenaar bewoond door Jan Aert Teunisz. Hij noemde zich later Jan Aert Teunisse Bongenaer. Na hem kwamen onder anderen zijn dochter Lijsbeth en later Aert Aertsz. Bongenaer de Oude. Via huwelijk en bewoning komt daarna de familie Ruisch in beeld. Die naam blijft lang aan De Bongenaar verbonden.
In de achttiende eeuw wisselde de buitenplaats geregeld van eigenaar. In 1762 kwam De Bongenaar in handen van Mr. Arnold Pit, een Utrechts bestuurder met functies in stad en waterschappen. Daarna volgden onder anderen Maria Barbara des Orby, Jan Lincklaan uit Haarlem en Pieter van Mollem Zijderveld uit Amsterdam.
In 1793 werd De Bongenaar verkocht aan Amos Rinkhuizen voor 9600 gulden. In die tijd werd het huis bewoond door Hendrik Ruijsch. De gevelsteen uit 1803 valt precies in die periode. De initialen J. R. geven hun geheim nog niet prijs, maar het jaartal plaatst de steen midden in de tijd waarin De Bongenaar nog volop bestond.
Na het overlijden van Amos Rinkhuizen in 1814 werd De Bongenaar publiek verkocht. In 1815 kocht Isaäc Schaly, burgemeester van Jutphaas, de buitenplaats. Uit de verkoopstukken blijkt hoe omvangrijk het huis toen nog was. De buitenplaats bestond uit een huizinge met vier benedenkamers, een provisiekamertje, een keuken, zes bovenkamers en een zolder. Ook waren er een salon of speelhuis, tuinen, vijvers en kommen.
Daarmee zien we De Bongenaar even heel concreet voor ons. Niet als vage naam op een oude kaart, maar als een groot huis met kamers, tuinen, waterpartijen, bijgebouwen en land. Een plek waar mensen woonden, huurden, werkten, oogstten, verkochten en vertrokken.
Verval
In de negentiende eeuw ging het bergafwaarts. De buitenplaats werd verhuurd, verkocht en opnieuw aangeboden. In 1822 kwam De Bongenaar in handen van Gerrit Schaly. Daarna ging het bezit via de familie Schaly over naar Cornelia Schaly en Joris Sanderson. In 1875 kwam Nicolaas Sanderson in bezit van De Bongenaar. Tegen die tijd was het huis slecht onderhouden en al jarenlang nauwelijks meer bewoonbaar. Wind en regen hadden vrij spel gekregen.
In 1883 verscheen de sloper op De Bongenaar. Eerst verdwenen enkele bijgebouwen. Een jaar later kwam ook de grote heerenhuizinge zelf aan de beurt. In 1885 was er van de ooit statige buitenplaats niets meer over.
Wat bleef, was de boerderij langs de Schalkwijkse Wetering. Die hofstede droeg uiteindelijk weer de naam die eerst bij het land hoorde, daarna bij de buitenplaats en later opnieuw bij de boerderij: De Bongenaar.
En nu blijft ook de gevelsteen bewaard. Een steen die ooit in de voorgevel zat, parallel aan de Schalkwijkse Wetering. Een steen die uit de sloop werd gered, via een oud collega, een oom en een nichtje weer terugkwam bij de familie, en nu wordt overgedragen aan het museum.
Voor de rubriek ‘De oude PEN’ is dit precies het soort geschiedenis dat niet mag verdwijnen. Geen groot monument met schijnwerpers, maar een klein stuk lokaal geheugen. Een perceel land dat een naam kreeg. Een boerderij die bleef. Een buitenplaats die verdween. Een boomgaard van appels en peren die plaatsmaakte voor industrie. Een familie die de boerderij liet tekenen. En een gevelsteen uit 1803 die nu opnieuw een plek krijgt.
De belangrijkste vraag blijft open: wie was J. R.? Verwijst het naar iemand uit de familie Ruisch of Ruijsch, naar een bewoner, pachter of andere betrokkene op het erf? Het eerlijke antwoord is: dat weten we nog niet. Stuur uw bevindingen naar onze redactie.
Maar één ding staat wel vast. Dit is niet zomaar een oud steentje. Het is een tastbaar spoor van De Bongenaar, een naam die veel ouder is dan Nieuwegein zelf. Geschiedenis is soms dichterbij dan je denkt. Soms hangt zij aan de muur. Soms ligt zij op tafel. En soms zit zij, meer dan twee eeuwen oud, gewoon in een gevelsteen die plots opduikt.

Op de foto: Bart Jan Damstra en Wilbert van Wijk. Wilbert heeft zaterdag 16 mei 2026 de voorwerpen overgedragen aan Museum Warsenhoeck. Wilbert: ‘Mooi dat dit stukje familie geschiedenis nu voor de toekomst is veilig gesteld.’
Ontdek meer van De Digitale Stad Nieuwegein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
